Bij een verhoogde LDL-uitslag is de eerste vraag niet "welke pil", maar: hoe verhoogd is de waarde, hoe lang al, en wat is mijn bredere risicoprofiel?
3.2Wat verlaagt LDL met leefstijl?
Een aantal aanpassingen heeft consistent effect in onderzoek:
- 1 Verzadigd vet vervangen — Roomboter, palmolie, kokosvet en bewerkt vlees vervangen door onverzadigd vet (olijfolie, noten, vis) verlaagt LDL gemiddeld 5-15%.
- 2 Meer vezels — Volkoren producten, peulvruchten, haver. Oplosbare vezels binden galzouten in de darm; je lever gebruikt LDL om nieuwe galzouten te maken.
- 3 Regelmatige beweging — 150 minuten matig intensief per week. Verbetert vooral HDL en triglyceriden, met een bescheiden LDL-effect.
- 4 Gewicht omlaag bij overgewicht — 5-10% lichaamsgewicht verminderen verlaagt LDL bij de meeste mensen meetbaar.
- 5 Stoppen met roken — Verlaagt LDL niet rechtstreeks, maar verlaagt je algehele hart- en vaatrisico meer dan vrijwel elke andere interventie.
"De NHG legt het accent op verzadigd vet, niet op cholesterol uit voeding. Cholesterol uit één tot twee eieren per dag heeft bij de meeste mensen weinig invloed op de LDL-waarde."uit: NHG-Standaard CVRM, behandelaanpak
3.3Wat doet een statine?
Statines remmen een leverenzym (HMG-CoA-reductase) dat nodig is voor cholesterolaanmaak. Je lever compenseert dat door meer LDL-receptoren te maken — en die halen LDL uit je bloed. Resultaat: je LDL-waarde daalt 25-50% afhankelijk van het middel en de dosis.
Bij mensen met een verhoogd risico verlagen statines het aantal hartinfarcten en beroertes. Het effect is zichtbaar over een periode van jaren, niet weken.
3.4Heb ik een statine nodig?
Dat is een gesprek tussen jou en je arts. Globaal zijn dit de situaties waar het voordeel groot genoeg is om de discussie te starten:
- Doorgemaakt hartinfarct, beroerte of TIA — vrijwel altijd statine.
- Diabetes met aanvullende risicofactoren — vaak statine.
- Familiaire hypercholesterolemie — meestal statine, vaak vroeg in het leven.
- SCORE2-risico in de hoog- of zeer-hoog-categorie — afhankelijk van leeftijd en levensduur-uitzicht.
Voor mensen met een matig risico is de afweging persoonlijker. Hoe groot is de risicoreductie in absolute getallen voor mij, hoe veel jaren verwacht ik nog te leven, hoe sta ik tegenover dagelijks medicatie nemen, hoe goed verdraag ik bijwerkingen?
3.5Bijwerkingen van statines
De meest gemelde bijwerking is spierpijn. In gerandomiseerd onderzoek treedt spierpijn even vaak op bij placebo als bij statine — een nocebo-effect speelt mee. Echte statine-myopathie met verhoogd CK is zeldzaam (<1 op 1.000) maar bestaat.
Praktische werkwijze: bij vermoede bijwerkingen de statine tijdelijk stopzetten en evalueren of de klachten verdwijnen, dan opnieuw proberen of switchen naar een andere statine. Niet zelfstandig stoppen zonder overleg.
3.6Wat als statines niet genoeg zijn?
Sommige mensen halen met een statine de streefwaarde niet, of verdragen alleen lage doseringen. Aanvullende opties:
- 1 Ezetimibe — Verlaagt cholesterolopname uit de darm; geeft 15-25% extra LDL-verlaging bovenop een statine.
- 2 PCSK9-remmers — Alirocumab, evolocumab. Injectie elke 2-4 weken; krachtige LDL-verlaging, gereserveerd voor specifieke groepen.
- 3 Bempedoïnezuur — Alternatief bij statine-intolerantie.
- 4 Inclisiran — siRNA-therapie, twee injecties per jaar; voor specifieke groepen.
- [1] NHG-Werkgroep CVRM. NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (M84). Versie 2024.
- [2] Cholesterol Treatment Trialists' Collaboration. Efficacy and safety of LDL-lowering therapy among men and women. Lancet 2015;385:1397-1405.
- [3] Mach F. et al. 2019 ESC/EAS Guidelines for the management of dyslipidaemias. Eur Heart J. 2020;41(1):111-188.